GENEALOGIE VAN HET GESLACHT VAN OERS Sluiten       
Vorige       
EIJNDHOVEN Joanna van ( A1.1.5 ) A2.3

WILHELMUS JACOBUS VAN OERS (58)
o 21.08.1682 Esch
b Landman / Schepen en Borgemeester te Esch
+ 24.06.1741 Esch

zv Jacobus Adrianus en Willemke Adrianus Mateus
JOANNA ADRIAEN VAN EIJNDHOVEN (65)
o 12.05.1685 Esch
x ca 1710 Esch
+ 08.02.1751 Esch


1. HERMANUS WILHELMUS (16)
      o 13.10.1712 Esch
      + 15.09.1729 Esch

2. ANNA MARIA WILHELMINA
      o 19.12.1714 Esch
      x 06.09.1744 Esch
      +
ARNOLDUS ANTONIUS TOOT ( TAAT )
o Mol (bij Ravels (B)
b
+

3. WILHELMINA [ JACOBA WILLEMS ? ]
      o ca 1715
      x 23.04.1741 Esch
      + 15.11.1748 Liempde
DIRCK WOUTER VAN ABEELEN (41)
o 11.08.1714 Liempde
b Landman
+ 18.10.1755 Liempde

4. WILHELMUS
      o 08.02.1717 Esch
      + vr 1741 Esch

5. MICHAEL WILHELMUS (4)
      o 22.10.1719 Esch
      + 06.03.1724 Esch

6. PETRONELLA WILHELMI (70)
      o 04.03.1722 Esch
      x 21.01.1742 Esch
      + 26.11.1792 Esch
DIRCK FRANCIS DE CORT (46)
o 15.01.1717 St.Michielsgestel
b Landman
+ 26.07.1763 Esch

7. MICHAEL WILHELMUS
      o 09.11.1724 Esch
volgt A3.2

8. ANNA CATHARINA (29)
      o 11.12.1726 Esch
      x 26.01.1755 Esch
      + 19.02.1756 Esch
JAN HUIJBERTS VAN HOUTUM (79)
o 17.01.1726 Haaren
b Landman
+ 11.04.1805 Esch


Bij het overlijden van WILHELMUS JACOBUS van OERS kan geconcludeerd worden dat hij gedurende zijn aardse bestaan een invloedrijk en een bemiddeld man moet zijn geweest.
Als landman /eigenaar, waarbij niet is vastgesteld of hij bij zijn huwelijk met JOHANNA v EIJNDHOVEN reeds een boerderij bezat, of dat hij die bij zijn huwelijk heeft verkregen van zijn vrouws kant.
Hij was in 1717 Borgemeester van Esch ( Esch R30 fol 157v ) en later Schepen, en kan dus tot aan zijn trouwen geen behoefte hebben gehad aan een boerderij.

Vastgesteld kan echter worden, dat bij het overlijden van zijn vader, JACOBUS ADRIAENS ( A1.1 ) op 01.05.1736, per testament van 1735, de boerderij in het Roondt (W.19.074) naar zijn oudere broer ADRIANUS JACOBUS ( A2.1 ) werd gelegateerd, terwijl zijn vaders boerderij in de dorpskern van Esch naar HENDRICK AERTS van HAL - welke getrouwd was met de jongere zuster van Wilhelmus, n.l. ANNA JACOBI van OERS (A 1.1.7 ) werd vererft.

Bij de dood van zijn vader in 1736 kwam Wilhelmus Jacobus, ( Esch R31 fol 115/118 - 16.02.1735 ) in het bezit van ;
- 1 Loop akkerland, genaamd Meeuskensacker, gelegen Weijacker/Esch, cijnsplicht aan het Bisdom van 's Hertogenbosch.
- 3 Loop akkerland,gelegen Spoelsteeg/Esch, geen cijnsplicht.
- 7 Loop hooiland, genaamd den Postel, gelegen Spoelsteeg Esch, geen cijnsplicht.
- 2 Loop akkerland,genaamd Koppens Brughske, gelegen Tongeren/Boxtel, geen cijnsplicht
- 2 Loop akkerland, genaamd de Doore Kuijl, gelegen Luijsel/Boxtel, cijnsplicht Heer van Boxtel.
- 1 Loop akkerland, genaamd Kloosterheijvelt/ op den Berg, gelegen Luijsel/Boxtel, geen cijnsplicht.
- 2 Loop weiland, genaamd einde Voorstraat, gelegen Tongeren Boxtel, geen cijnsplicht.

Wilhelmus Jacobus koopt tevens in 1736 van zijn jongere broer CASPAR JACOBUS ( 2.7 ) diens erfdeel van hun vader ( Esch R31fol 136v/137 - 14.09.1736 ) voor fl. 250.- :
- 2 Loop akkerland, genaamd Vinkenheuvel, gelegen Weijacker/Esch, geen cijnsplicht.
- Loop dries, genaamd achter Compse Weij, gelegen Weijacker/Esch, geen cijnsplicht.
- 7 Loop weiland, genaamd Leense Weij, gelegen Roondt/Boxtel, geen cijnsplicht.

en in 1737 van zijn oudste broer ADRIANUS JACOBUS ( 2.1 ) diens erfdeel van hun vader, de boerderij W19.074 ( Boxtel R. ).

ALLES TESAMEN BEZIT WILHELMUS JACOBUS BIJ ZIJN OVERLIJDEN IN 1741 TE ESCH :
EEN BOEDERIJ EN IN TOTAAL 25 LOOP GROND = 4,25 HECTARE.

Naast alle voorspoedige materiele zaken, spelen echter ook de slechte gezondheidszorg en de hygienische situatie de familie Wilhelmus Jacobus van Oers parten.
VIER van de ACHT kinderen sterven op jeugdige leeftijd, terwijl de DRIE dochters materieel goede huwelijken sluiten, maar resp. slechts 37 en 29 jaar oud worden, met een uitschieter van 70.
Slecht n zoon, MICHAEL ( A3.2 ) zorgt ervoor dat deze tak van van Oers niet uitsterft.
In deze dagen zal de kerkelijke invloed een grote steun zijn geweest bij al deze ellende.

Als Wilhelmus Jacobus in 1741 komt te overlijden, wordt zijn vrouw, voor zover is na te gaan, de enige erfgenaam.


Er wordt een acte tot RECHT VAN VRUCHTGEBRUIK opgesteld, d.d. 25.01.1742 (Esch R38 fol 24)

Jenneke Adriaens van Eijndhoven, wed. van wijlen Willem van Oers, geassijteert met den Momboir bij haer hiertoe vercooren, en de bij den Righter den selve naer gewoonte gegeven en verleend, de Toghse, ofte het Reght van Toghse ( Recht van Vruchtgebruik ) t'geene sij seijde Haar van haren voorste Man za. te compe-teren aen de naer te noemen Erff haffelijcke Goederen als een Hooghkar, een aardkar, 1 ploegh, 2 Eeghden, 2 lighten, 2 Seijssen, 1 Spies, 1 mesthaeck, 1 Rieck, 1 Zadel, 1 gareel, 1 paer haghten, 1 Toom, 1 paer Strengen, 1 wan, 1 zaaijkorff, 1 snijback, een snijmes, een knijpje en een paerde krib met de Reep en andere goederen tot de Teerlinge behoorende bij haer en harenvoorn. Man za.,op zijn overlijden te samen met vollen Reghten beseeten, heeft sij affgegaen, geredeert en overgegeven aen en de ten behoeven van hare vier kinderen bij den voorz. Willem van Oers, aen haar in Eghten bedde verweckt, met Namen DIRCK van ABEELEN, als Man en Momboir van WILHELMINA, en DIRCK FRANCIS de CORT, in Houwelijck hebbende PETRONELLA, mitsgrs HENDRICK HENDRICKSEN van EIJNDHOVEN en FRANCIS JOCOBS van OERS, Testamentaire Vooghden en Momboirs over MICHIEL en ANNA CATHARINA WILLEMS van OERS, Geloovendede voorz. afgange cessie en overgifte van Toghse ten alle tijden te sullen houden en daen houder, goed, vast, steedigh en de vanwaerde, en des verbandt als naer reghten, behoudens en de gerefereert De Toghte van de penningen, Die bij publijcghe vercoopingen der voorz. goederen opheden daer van geproveniert sullen comen te werden Getuijghen waren Hier over Adriaan van Kalteren en den Heer Dirck Aarts van Hal, Schepenen Deses Dorps Esch,
die dese nevens De Comparante in oirconde ten prothocolle onderteeckend hebben, heden den vijff en twintighsten januarij seventien Hondert tweeen veertigh.
Dit merck gesteld bij de Comparante, verclarende niet te cunnen schrijve.
Adriaan van Kalteren.
Dit merck gesteld bij Hendrick Aerts van Hal, Scheepen, verclarende als boven J.S.V. Dompzelaar.

Als JOANNA van EIJNDHOVEN in 1751 overlijdt, erft haar dochter ANNA CATHARINA, gehuwd met JAN HUIJBERTS van HOUTUM de boerderij W19.074 in het Roondt te Boxtel.
Een van de kinderen van dit echtpaar bezit in 1832 nog steeds deze boerderij, welke vanaf die tijd kadastraal wordt vermeld onder nr. 18
Waarom juist de dochter ANNA CATHARINA de boerderij erft en niet de stamhouder MICHAEL ( 3.2 ) zal uit verdere testamenten moeten blijken.
De oudste dochter WILHELMINA welke een huwelijk sluit met DIRCK WOUTER van ABEELEN, voelt 5 jaar na haar huwelijk, enkele weken na de geboorte van hun jongste kind,op 38 jarige leeftijd het einde naderen.

 

Copie acte RECHT VAN VRUCHTGEBRUIK

 
Op 13.10.1748 maken beiden een testament ( Liempde R89 fol 72 ) en benoemen hierin de voogden voor hun vier minderjarige kinderen Wouter, Andries, Maria en Wilhelmus.
Genoemde Wouter is op 24.08.1753 te Liempde begraven, zodat na de dood van vader DIRCK, 41 jaar, nog ten behoeve van drie kinderen een taxatie plaatsvindt. ( Esch R38 fol 145 - 02.12.1755 ).
Tot de bezittingen behoort dan de van zijn ouders geerfde hoeve te Esch aan de Boxtelse Heide, nog een huis te Breukelen onder Boxtel, alsmede vele landerijen.
Tot de erffhaefelijke goederen behoren onder meer twee hoogkarren met ijzer beslagen raderen alsook twee aard karren, een ploeg, twee eggen, een boterstand, een melktobbe, een roomtobbe, twee spinnewielen, wat ongebraakt vlas en 14 pond gehekeld vlas, alsmede 2 pond gesponnen garen.
Naast zilveren schoengespen ( 2 paar ) en 34 zilveren knopen troffen we ook een gouden kruis met knop en oogje, een met op de vier hoeken met zilver beslagen kerkboek alsnog 6 andere gebeden - boeken en een zilveren snuifdoos met de inscriptie "D.V.A."(Dirck Van Abeelen) en zilveren lepel.
De veestapel bestond uit twee paarden, een grauw en een swart, 7 dragende koebeesten, 3 leeskalveren, een os, een vet varken, een vaalen hondt, een haan en 3 a 4 hennen.

Uit de taxatie blijkt dat men niet onbemiddeld was, goed gelovig, SNOOF en aan vlas(huis) weverij deed.

 

 
Bij vele erfenissen werd een SNUIFDOOS aan een erfgenaam gelegeteerd. Snuifdozen behoorden tot de "waardevolle " bezittingen, daar zij uit goud of zilver waren vervaardigd, evenals de sieraden die men droeg als men naar de kerk ging om zijn rijkdom aan den volke te tonen. Zij behoorden tot het beleenbare reserve kapitaal wanneer er geen geld of grondbezit was. Dat het hierbij ging om een snuifdoos, met TABAK - niet om gerookt te worden maar GESNOVEN - had men het practische voordeel dat het aroma langer bewaard bleef maar ook het beleenbare kapitaal altijd voorhanden was.
Vanuit deze optiek bezat de bevolking een relatief duur gebruiksvoorwerp. Door het gebruik van aangenaam ruikende genotsmiddelen, zoals LIJM SNUIVEN en in latere tijden de EAU DE COLOGNE, was het voor hen het z.g.n. ARME MENSEN PARFUM. Door de lucht van de Eau de cologne werd de penetrante lichaamsgeur verborgen gehouden, die, omdat men zich weinig waste of van schoon ondergoed wisselde, sterk aanwezig was.
Op dit schilderij van een onbekende meester, ziet men een tabak snuivende vrouw uit 1840, waarbij opvalt dat haar gebit met n tandje de stinkende adem niet zal hebben kunnen tegen gehouden.

 

Trouwregister Haaren Huwelijksacte Adrianus Jacobi en Maria Joannis van den Bosch 2 mei 1694
Getuigen Jacobi van den Kerckhof en Adrianus van Linden

 

Trouwregister Boxtel Huwelijk van Adrianus met zijn tweede
vrouw Jenneke Veldermans 11 mei 1738
Getuigen - Elisabeth Smit en Adriana van de Biggelaer

Uit het doopboek van Haaren d.d. 5 februari 1695 Gedoopt Marie,
kind van Adriani van Ours en Maria.
Getuigen Joannes Janssen en Eijken Joris Ruwen

 

TESTAMENT
Boxtel 22 October 1746


Compareerde voor mij Johan Sprangers openbaer geentendeert op behoorlijk zegel bij den Edele Magistraat Raede van Brabant, Jans Hage geadmitteert Notaris binnen de bewoning van Boxtel Residerende in presentie van de getuige naar genoemt, Adriaen van Oers en Jenneke Goijerts Veldermans te zamen Egte Luyden ende gesont,naar den ligaemen en volwegen in staet omst te kunnen testeren gelijk ons ondergetuige bijde inwoonderen alhier geschouwelijk bleek de welke te kennen gaven dat zij aanmerkende ware de broosheid des menschelijcke levens, en detter niets zeekerder is dan de dood ende niets onseeckerder dan den tijd ende . . . . . vandien, Ende hebben . . . . . van deze Werelt niet wille scheijden zonder Eersten alvorens van haare tijdelijke goederen haar van god allemagtig op deze aerde verleent te hebben gedisponeert doende het zelve uijt haere vrije eijgen wille zonder judictie off persuatie van Imande ( zoo zij verclaerden ) bevelende Eerst en devoorens haere onsterffelijcke Ziele inde barmhartige handen godes en haere doode lichame de aerde met een Eerlijcken Christelijcke begravings, comende voorts tot de dispositie van haere tijdelijcke goederen daar als voor verleent, zoo verclaerend zij testerenterende aande kinderen te maken te weten den eerst betreffende aanden langstlevende van hun beijde de sogte off vrugtgebruijk van alle zoodanige vaste Onroerende en Roerende goederen waar van zij testateuren Eenige meesterschap zijn hebbende laatende naar dood van Langstlevende het Erfregt van voornoemde hare goederen in de sijne aan haers testateuren naastte Erfgenaemen zo van zijns als haere seijde borg staat te weeten dat naar de dood van den langstlevende van hun testateoren het Houtvelt in de Derssinge genaemt , gelegen onder Lennisheuvel zijnde het zelve staande huwelijk van haer testeuren aangewijt zal moeten comen en de selveren op de kinderen van hem eerste comparant, dag ingeval CORNELIA van OERS zijns testateurs dogter getrouwt met CORNELIS VERSCHUREN, zonder wettige kinderen off kinderen dezer werelt mogte comen te overlijden, dat als dan haer part in voorz. houtvelt zal verste .
op zijn testateurs twee andere kinderen te weeten JAN en JACOBUS van OERS, en bij voorerftlijvigheijd op deselfter wettige kinderen, verders als besprooken ingeval zij testatrice voor hem testateur mog zo comen te overlijden en hij testateur zal moeten trecken ende geniet, cort naer haer overlijden, van haer testateurs erffgenaemen eene zomme van twee hondert Caroli guldens tot xx-tig 85 in desen gulden gereekent, off wel zoo veel aan vaste goederen ter waerde van voorn. twee hondert gulden, verders staat te weeten dat hij testateur nog onderzig is hebbende eene zomma van taggentig Caroli guldens dewelcke zijn competeron aande twee kinderen van ANTONY de BRESSER bij egt is verweckt bij MARIA van OERS [gen.1.1.6 ] en aan het kind van PEETER van OERS [gen.1.1.11 ] welcke zomme van taggentig Caroli guldens bij den langstlevende van hun beijde aan voorn. drie kinderen zal moeten werden uijtgereijkt, allens welcker voorsz. staat verclaren zij testateuren te wezen haer testament laatste en uijterste wille, willende ende . . . . . . . dat het zelve alzoo sal agtervolgt ende naarge . . . . werde, t'zij als testament codicil, giffte ingtsaake des doods offte onder den levende alwaar . . . . dat . . . . . eenige solemmiteijten naer zeg te gerequireerd magte wezen gecommiteerd niet willende dat daar op eenig . . . .
genomen zal worden aldus gedaen ende gepassert inwoongerijden van de testateuren op heeden den twee en twintigste october seventienhondert en sesenveertig ter presentie ende overstaen van Wilhelmus van Alphen en Jan Maes als getuijgen van . . . . . en inwoonende alhier hier zoo versogt en gerequireert, de welcke etc.


Samenvatting : Erfenis na overlijden van langstlevende Adrianus van Oers in 1768 - Wordt verdeeld tussen :
1. CORNELIA
2. JOHANNES
        3. JACOBUS ( 3.1 )


 

Koken, verwarmen en wonen in één ruimte

top      

www.geslacht-vanoers.nl