GENEALOGIE VAN HET GESLACHT VAN OERS Sluiten       
Vorige       
HEESSELS Henrica ( A3.2.6 ) A4.4

PETRUS VAN OERS (62)
o 20.09.1759 Esch
b Onderwijzer / Koster   *1
+ 01.07.1822 Esch

zv Michael en Eijke van Hees
HENRICA HEESSELS (66)
o 14.11.1763 Esch
x 01.08.1784 Esch ( Schepenen)
+ 30.08.1830 Esch


1. MACHILDIS (12)
      o 09.11.1785 Esch
      + 16.06.1798 Esch
2. KIND (Levenloos)
      o/+ 14.03.1788
3. JOANNA MARIA (41)
      o 22.05.1789 Esch
      x 13.09.1813 Esch
      + 09.09.1830 Esch
JOHANNES VAN DE VEN (54)
o 12.06.1784 Best
b Klompenmaker
+01.05.1839 Erp
4. WILHELMINA MARIA ( 6 )
      o 19.02.1792 Esch
      + 27.06.1798 Esch
5. JACOBUS ( - )
      o 24.09.1794 Esch
      + 12.06.1795 Esch
6. ANNA MARIA (36)   *2
      o 12.06.1796 Esch
      x 22.01.1820 Esch
      + 30.05.1833 Esch
PETER VAN IERSEL (82)
o 16.02.1797 Udenhout
b Klompenmaker
+ 11.02.1880 Esch
7. JOANNES CORNELIUS
      o 25.05.1799 Esch
volgt A5.2
8. FRANCISCUS ( 1 )
      o 21.08.1803 Esch
      + 03.01.1805 Esch


*1   Petrus was schoolmeester en moet dus Gereformeerd zijn geweest, terwijl hij in 1784 huwt voor de Schepenen, dus RK.?

 
PETRUS VAN OERS was schoolmeester te Esch, 21 jaar oud. Hij zal dat wel tot in de 19e eeuw zijn gebleven. Bij de volkstelling van 1869 had Esch een inwoneraantal van 680 personen, verdeeld over 341 mannen en 339 vrouwen, welke in 143 woningen leefden . Daarbij kwamen 2 kerken, 2 scholen, 1 molen en 8 winkels. We mogen aannemen, dat deze aantallen gedurende de schoolperiode van Petrus niet veel anders zullen zijn geweest. Waarschijnlijk 1 school minder.

Na het beeindigen van de tachtigjarige oorlog in 1648 werd het gehele bestuursapparaat geherstructureerd. Zo werd op 3 Mei 1655 het "Schoolreglement in den Stede ende ten plattenlanden, in het Heerlijckheden ende Dorpen staende onder de Generaliteijt" van kracht.
Hierbij werd vastgesteld wie Schoolmeester konden worden en wat van hen verlangd werd.
Bepaald wordt , dat niemand enige school mag houden om kinderen te onderrichten in cijferen, rekenen, schrijven of enige taal leren, dan na verkregen toestemming van de Raad van State.
Diegenen, die zonder toestemming van de Raad van State schoolhouden, verbeuren de eerste maal 100 gulden en de tweede maal 300 gulden, terwijl er ook nog een arbitrale correctie volgt.
Degene, die een commissie tot schoolmeester, koster, voorzanger of voorlezer hebben verkregen, zullen, voor zij hun beroep mogen uitoefenen nogmaals, geexamineerd worden door de Classis, of gedeputeerden van de Classis, waaronder de plaats resorteert waar zij aangesteld gaan worden.
De schoolmeesters zullen gedrukte boeken en geschreven brieven vlot kunnen lezen; goed kunnen rekenen en de Psalmen van David goed kunnen zingen.
Voorts moeten zij godsdienstige lieden zijn,en - met hun huisvrouwen - lidmaten van de Nederduits - Gereformeerde kerk. (Dit alles om de invloed van het katholicisme te verminderen.)
Behalve het beheersen van de grondslagen van de gereformeerde godsdienst dienen zij over een methode te beschikken om de gezangen goed en ijverig te doen leren. Ook moeten zij de confessie en catechismus, die sedert 1619 in gebruik zijn, onderschrijven. Laten zij dit na - na meerder aansporingen - dan worden zij afgezet en vervangen door anderen.
Een schoolmeester moet zijn dienst zelf waarnemen en zich slechts laten vervangen door een ondermeester in geval van ziekte. Deze ondermeesters dienen genoegzaam gekwalificeerd te zijnen kunnen alleen aangesteld worden na toestemming van de magistraat en/of de kerkeraden of predikanten.
Verder is het de schoolmeesters verboden te tappen, drinkgelagen te organiseren en nering te doen.
Zij mogen geen ambten bekleden of "politique officieren" zijn, kortom, functies die niet met het schoolmeesters-ambt te kombineren zijn.
De schooltijden zijn; 's-morgens van 8 - 11 uur en des namiddags van 1 tot 4 uur, zowel in de zomer als in de winter, en zullen 's-morgens beginnen met een morgengebed en besloten worden met een avondgebed. Deze schooltijden moeten aangehouden worden, ook als er weinig kinderen komen.
De schoolmeester moet letten op de aanwezigheid van de scholieren en bij afwezigheid naar de redenen informeren en handelen naar bevind van zaken.
De schoolkinderen zullen des woensdags en des zaterdags na de middag vrij zijn. Verder worden nog twee weken per jaar tot speeldag en vacantie bestemd, echter nooit op "Paepse" feestdagen.
De schoolmeesters moeten de kinderen van jongs af aan - al naar gelang leeftijd en begrip -allereerst naast het lezen het Onze Vader leren, de Twaalf artikelen des geloofs, de Tien Geboden, het morgen - en avondgebed en het gebed voor en na de maaltijd.
De kinderen zullen - als zij kunnen lezen - dagelijks onderricht in het schrijven krijgen.
Voorts moeten de schoolmeesters alle veertien dagen of ten minste alle maanden - afhankelijk van het aantal leerlingen - een stichtelijke voordracht geven, die de leerlingen door een maandelijkse prijs tot "neerstigheijt" opwekt.
Het is de schoolmeesters op een boete van 12 gulden verboden een bord uit te hangen, waarop de zaken vermeld worden, die hij kan onderwijzen. De "bequaamste" leerlingen - van de gereformeerde religie -moeten zij de vragen van de catechismus laten leren, die telkens op zondag in de kerk verhandeld worden,om deze door hen publiekelijk te kunnen opzeggen. De kleinste kinderen zullen als begin een kort begrip van de catechismus onderwezen krijgen. Op woensdag en zaterdagmiddag zal met de "bequaamste kinderen van de gereformeerde religie" geoefend worden in het zingen van Psalmen. Ook dienen deze leerlingen voorbereid te worden op de vragen en antwoorden van de catechismus, opdat de particuliere kerkelijke catechisatie met meer vrucht gevolgd kan worden.
(Hebben we het nog steeds over leren lezen, schrijven en rekenen ?).
Het is de schoolmeester verboden boeken te introduceren, die nadelig kunnen zijn voor de gereformeerde religie. Hierop dient toegezien te worden door de Classis, de predikant en de kerkeraden. Bij overtreding van dit gebod kan de betreffende schoolmeester een ernstige vermaning krijgen, geschorst worden, of zelfs verbannen !
De schoolmeester moet er ook op toezien dat de kinderen regelmatig naar de kerk gaan, en zij zullen de verzorgers van de kinderen moeten aansporen de hun toevertrouwde kinderen tot regelmatig kerkbezoek te bewegen.
De straf - roede of plak - niet te zacht, noch te wreed, dient ter verbetering, al naar de gesteldheid van het kind, toegepast te worden in overeenstemming met de discipline thuis.
Hierop zal door een predikant toezicht uitgeoefend worden: de ouders hebben geen verhaal op de schoolmeester .
" Paepse" kinderen mogen geen elementen van de RK eredienst meebrengen, noch "paepse" geschriften. Doen ze dat wel , dan heeft dit verwijdering van de school tot gevolg. De schoolmeesters moeten zorgen dat de kinderen het vloeken, zweren, lasteren, ontuchtig praten, dobbelen, etc. achterwege laten: uiteraard zullen de schoolmeesters het goede voorbeeld moeten geven. De schoolkinderen moeten een goede plaats hebben, terwijl de jongens en meisjes gescheiden zullen zitten.
Degenen die jongens in de kost hebben mogen geen dochters in huis opnemen die ouder zijn den negen a tien jaar, terwijl uiteraard ook het omgekeerde geldt.
Voor elk kind waarmede deze regel overtreden wordt, is een boete van 6 gulden verschuldigd, te betalen aan de schoolmeester.
De rentmeesters der geestelijke goederen zullen de schoolmeesters driemaandelijks hun salaris uitbetalen en verder ontvangen zij van elke scholier maandelijks het schoolgeld. Hebben de kinderen slechts enkele dagen schoolgegaan, bv. vier a vijf dagen in de maand, dan moet toch het schoolgeld voor de hele maand worden betaald.
Verder zal de schoolmeester - tot last van de dorpen waar zij aangesteld zijn - een vrije, goede woning genieten. De schoolmeesters, die tevens koster zijn, zullen, behalve het schoolgeld ook nog betaald worden voor het luiden der klokken en het doen begraven der doden: hierop zullen de rentmeesters van de kwartieren, resp. de magistraat, toezien. Verder moeten dorpen ook zorgen voor de goede schoolhuizen. Blijven zij in gebreke, dan treft de Raad van State voorzieningen.

ALLE VROEGERE 'PAEPSE' SCHOOLMEESTERS mogen de jonge jeugd niet onderwijzen.
Zij worden dus werkeloos (Christelijke naasteliefde). De eerste overtreding wordt bestraft met een boete van 50 gulden, de tweede maal met 100 gulden, terwijl de derde overtreding een strafzaak tot gevolg zal hebben. De paepse schoolmeesters buiten de Generaliteit mogen geen kinderen uit het gebied der generaliteit als leerling aannemen. Er mag alleen schoolgehouden worden door Gereformeerde mannen en vrouwen die daartoe toestemming van de Raad van State gekregen hebben. Het verbod op het schoolhouden door "paepse schoolmeesters" is niet zonder meer geeffectueerd.
Pausgezinden mogen ook geen particuliere scholen houden om te leren schrijven en lezen, prive of publiek,op zondagen, "paepse heijligendagen", bij avond of ontij, onder het mom van: leren naaien,breien, spinnen, op instrumenten leren spelen, etc. op straffe van de tevoren gemelde boetes.
De rectores van de Latijnse scholen ten platten lande onder de Generaliteit volgen de Latijnse scholen in de steden. Ook het kostersambt - afzonderlijk of gecombineerd met het schoolmeestersschap - moet behoorlijk worden waargenomen.
De koster moet kerk, kerkhof, boeken, stoelen en banken goed onderhouden en tenminste eens per drie weken schoonhouden. Voorts moet hij de kerk op tijd openen en sluiten en alle "disordre" voorkomen. Ook controle en onderhoud van het uurwerk valt onder de verantwoordelijkheid van de koster: het uurwerk moet op tijd lopen !
Op feestdagen moet de koster alles gereed zetten wat nodig is voor de eredienst. Verder zullen ze van de predikanten vernemen wat van hen verlangd wordt.
Niet altijd is de relatie tussen predikant en koster-schoolmeester zonder wrijving verlopen.
Tijdens de Oostenrijkse Successie oorlog (1740-1748) zijn delen van de generaliteitslanden geteisterd, waardoor ook troepen ingekwartierd werden bij kosters en schoolmeesters, terwijl in sommige gevallen deze zelfs hun huizen hebben moeten ontruimen.. Op 16 Mei 1747 is door de Raad van State beslist dat predikanten en koster- en/of schoolmeesters gevrijwaard werden voor inkwartiering van troepen.
Schoolmeesters fungeerden ook als tijdelijk verblijf voor die kinderen waarvan de ouders op reis moesten.

Overwegende na dit artikel waarbij het primair gaat om het leren lezen,schrijven en rekenen kan men zich voorstellen wat voor spanningen deze Gereformeerde stellingname in de van huis uit Katholieke samenleving van Esch teweeg heeft gebracht, terwijl het beinvloedbare kind een speelbal werd van dit godsdienstige fanatisme.

De schoolmeester PETRUS VAN OERS moet een zeer omstreden persoon zijn geweest in een gemeenschap van uitsluitend roomskatholieken. Uit hoofde van de geldende eisen moest hij Hervormd zijn, maar hij trouwde voor de Schepenen van Esch die geheel en al Katholiek waren.

Ook zijn aanstelling als schoolmeester was redelijk bizar, zoals blijkt uit zijn afwijzing door de Classis van 'sHertogenbosch waaronder Esch resorteert.


              Gelijkheid - Vrijheid - Broederschap
              's Bosch den 29 April 1796. Het 2e jaar D.B.V.
              Het Committe van Algemeen Welzijn in Bataafsch Braband
              Aan de Municipaliteit van Esch & Medeburgers!

Ingevolge Resolutie den Vergadering van Representanten in dato 21 April 1796 hebben wij behoorlijk geexamineerd den door Ulieden op den 27 daar aan volgende, aangestelden Schoolmeester Pero van Oers, en ofschoon wij gaarne aan voormelden P.gen, het Regt willen laaten wedervaaren, dat hij voor iemand, die zig in langen tijd op geene Letteren heeft toegelegd, eene zeekere maate van kunde bezit, zo heeft egter het committe begrepen, dat zij ene zaak van zulk een aanbelang als het schoolwezen, en die op het toekoomende welzijn des Volks den grootsten invloed heeft Zodanige persoonen alleen moeten in consederatie koomen, die het onderwijs van de jeugd in alle vakken grondig verstaan en zulks door beoeffening verkreegen hebben.
Waarom wij, hoewel met ons geweeten, de gedaane keuze van Ulieden niet kunnen approberen, maar Ulieden moeten requireeren, en aanmaanen, de genoomene Dorps Resolutie van den 27 dezes in te trekken, en buiten effect te stellen omme tot de aanstelling van een ander bekwaamen persoon tot Schoolmeester, ten nadere approbatie van dit Committe overtegaan.

Heil en Broederschap ten Ordonn: van 't Committe   N.Dolleman,Secr.   Cornelis van Vugt   J.F.Hoosemans


De Schepenen trokken zich niets aan van de afwijzing door de Classis - waarschijnlijk bij gebrek aan een andere kandidaat - en werd op 7 Juni 1797 Pero van Oers, als schoolmeester te Esch benoemd.
Extract uit het Dorps Resolutie Boek des Dingbancke Van Esch waar in onder andere staat als volgt :

Vergadering gehouden Binnen Esch den 7e Juni 1797 present alle de Scheepenen Alzo Adriaan Vaaste Schoolmeester deezes Dorps op den Eersten Junij deezes jaars is koomen te overlijden, hebben wij ter spoedige vervulling van voorschreven Schoolampt, goedgevonden en geresolveert, omstaande deeze vergadering tot het verkiezen en aanstellen van een Nieuwe Schoolmeester over te gaan, waar toe door ons bij meerderheid van stemmen is verkozen en aangesteld de Persoon van Pero van Oers, inwoonder alhier, en zulks onder Examinatie en approbatie off disapprobatie van het Committe van algemeen welzijn uijt de Representanten van het Volk van Bataafsch Braband.
Waarop den voornoemde aangestelde Schoolmeester heeft binnen gestaan, die zijne gedane aanstelling heeft geaccepteerd.
En zal hier van bij Extract aan voorsz Committe werden kennis gegeeven om te strekken tot der zelver naregt.

Accordeerende met voorsz Register

 

*2   ANNA MARIA VAN OERS baarde bij haar ouders te Esch 's nachts heimelijk een kind, dat verwekt was door haar vaders dienstknecht. Zij verborg haar zwangerschap ( hoe kan dat ? ) omdat ze van haar ouders niet met de knecht mocht trouwen.
Haar vader, die schoolmeester , kerkmeester en koster was, had de knecht kort daarvoor ontslagen.
Tijdens het verhoor van Anna voor de rechtbank, verklaarde zij op 20 Juli 1818 met " stondepijnen " naar bed te zijn gegaan. Het geboren kind was volgens haar zwak en leefde slechts een kwartier.Nadat het gestorven was begroef zij het lijkje stiekum in de tuin.
Dit werd ontdekt door de dienstmeid die het doorvertelde aan de bakkersknecht, die aangifte deed.
De veldwachter ging ter plaatse kijken, maar het lijkje was verdwenen, evenals Anna met haar vrijer.
Ze doken onder.   Pas op 25 Februari 1819 werd Anna gevonden en legde ze een bekentenis af.

Uit de processtukken kwam naar voren dat haar ouders van niets hebben geweten ( ? )
Omdat het lijkje onvindbaar bleef, was moord niet te bewijzen.. Anna kon slechts ten laste worden gelegd dat zij onvoorzichtig was geweest bij de kraam en dat zij de wet op het begraven had overtreden. Zij werd veroordeeld tot zes dagen gevangenis en 8 gulden boete.
Opvallend was dat minstens tien mensen die op de geruchten waren afgekomen, het lijkje hebben gezien, terwijl het toch kon verdwijnen. Iemand moet haar hulp hebben geboden, of was de positie van haar vader als koster en kerkmeester van invloed op de soepele afwikkeling van het probleem ?

Uiteindelijk is Anna niet met haar vrijer getrouwd, maar met de klompenmaker Peter van Iersel.


top      

www.geslacht-vanoers.nl