GENEALOGIE VAN HET GESLACHT VAN OERS Sluiten       
Vorige       
BOOGAART Petronella van den ( A4.5.3 ) A5.3

PETRUS VAN OERS (49)
o 27.05.1797 Gemonde
b Bouman
+ 19.05.1847 St.Michielsgestel

zv Wilhelmus en Henrica Spierings
PETRONELLA VAN DEN BOOGAART (72)
o 19.09.1797 Schijndel
x 24.04.1825 St.Michielsgestel
+ 26.02.1870 St.Michielsgestel


1. WILHELMINA ( 1 )
      o16.10.1826 St.Michielsgestel
      + 19.09.1828 St.Michielsgestel
2. HENDRIKUS ( 2 )
      o 17.08.1828 St.Michielsgestel
      + 24.11.1830 St.Michielsgestel
3. WILHELMINA ( 2 )
      o 20.01.1830 St.Michielsgestel
      + 02.12.1832 St.Michielsgestel
4. MARINUS (69)
      o 29.10.1831 St.Michielsgestel
      + 23.05.1901 St.Michielsgestel
5. JOHANNES (85)
      o 22.10.1832 St.Michielsgestel
      b Knecht
      + 06.02.1918 Schijndel
6. HENDRIKUS
      o 25.10.1833 St.Michielsgestel
volgt A6.5
7. MECHELINA (54)
      o 12.11.1835 St.Michielsgestel
      + 12.12.1889 Schijndel
8. KIND (Levenloos)
      o/+ 01.09.1838 St.Michielsgestel
9. MARIA ( - )
      o 08.09.1839 St.Michielsgestel
      + 11.11.1839 St.Michielsgestel
10. DIELIS ( - )
      o 17.09.1841 St.Michielsgestel
      + 23.02.1842 St.Michielsgestel


Kort voor de komst van een motor werden paarden, koeien, ossen en honden gebruikt als trekdier voor de ploeg. karren en wagens. Van goede wegen was nauwelijks sprake, een karrenspoor was voldoende, behalve in de wintertijd als het veel regende en er enorme modderplassen ontstonden. Doordat men deze modderpoelen probeerden te ontwijken werden de "wegen" steeds breder. Door de komst van de fiets en het eerste door een motor aangedreven voertuig, ontstond de behoefte de karresporen te bestraten. Hout was hiervoor ongeschikt, mede omdat het niet duurzaam was. Men ging er toe over om de zijkanten van wegen te verharden met keien. Deze moesten echter in werkzame afmetingen worden gehakt. De vele zwerfkeien die bij de ontginning van de heide en de venen te voorschijn kwamen werden hierbij in de juiste vorm gestampt. De Boxtelaars waren hier zeer bedreven in, waardoor zij de bijnaam van " keienstampers " kregen. Alleen de zijkanten werden bekeid, het midden deel bluf rul, waar de trekpaarden en koeien geen problemen mee hadden. In de dorpen was het net andersom en werd allen het middenpad bestraat. Het erf werd op zaterdag aangeharkt.

 

 

Hondenkar

 

Koeienkracht ter vervanging van het paard

top      

www.geslacht-vanoers.nl