GENEALOGIE VAN HET GESLACHT VAN OERS Sluiten       
Vorige       
DAM Hendrika ten ( A5.2.3 ) A6.3

HENRICUS CHRISTIANUS VAN OERS (79)
o 25.12.1830 Esch
b Hoofdonderwijzer in Vasse
+ 24.12.1909 Tubbergen

zv Joannes Cornelius en Petronella van den Bergh
HENDRIKA TEN DAM (74)
o 28.02.1848 Borne
x 16.07.1877 Tubbergen
+ 10.04.1922 Tubbergen


1. HERMANUS ANTONIUS JOHANNES
      o 12.06.1878 Tubbergen
volgt A7.5
2. HENRICA GEERTRUIDA ANNA
      o 24.06.1880 Tubbergen
      + 1882 Tubbergen
3. HENRICUS ALEXIUS JOHANNES
      o 18.07.1882 Tubbergen
volgt A7.6
4. WILLEM FERDINAND JOSEPH
      o 18.10.1884 Tubbergen
      +
5. HENDRIKA ANNA JOHANNA ( 14 mnd )
      o 18.10.1884 Tubbergen
      + 23.06.1886 Tubbergen
6. HENDRIKUS
      o 1885 Tubbergen ( geboorte akte ontbreekt )
      + 29.05.1886 Tubbergen
7. HENDRIKUS ANTONIUS EVARISTUS
      o 26.10.1886 Tubbergen
volgt A7.7
8. HUBERTUS ANTONIUS JOHANNES
      o 26.06.1891 Tubbergen
volgt A7.8


Henricus Christianus van Oers

Hendrika Ten Dam

 
Doordat de correspondentie van Henricus van Oers bewaard is gebleven, kunnen we een overzicht geven van zijn levenswandel als onderwijzer.
Henricus, in 1830 te Esch geboren in een onderwijzersgezin , werd door zijn vader opgeleid voor zijn toekomstige ambitie als onderwijzer voor het lager onderwijs. Hij functioneerde voor korte tijd als adspirant onderwijzer op zijn vaders school. De eisen die aan een onderwijzer werden gesteld waren het lesgeven van de Nederlandse taal, het kunnen schrijven, lezen en rekenen van kinderen tussen de 6 en 12 jaren, zoals dat door de overheid verplicht werd. gesteld. Godsdienstig onderwijs en de vaderlandse geschiedenis behoorde ook te de taken van de " meester ".
Om tot het ambt te worden toegelaten moest hij nadat hij de grondbeginselen voor dit vak onder de knie had eerst examen doen voor de " casus ".

Het schooltje in Esch waar het voor Henricus allemaal begon

Na het behalen van zijn onderwijsbevoegdheid, solliciteerde hij naar de functie als hulp-onderwijzer aan de lagereschool in Castricum, alwaar hij in 1860 werd aangenomen. Om zijn maatschappelijke positie te verbeteren solliciteerde hij op een vacature als onderwijzer in Tubbergen voor de school te Vasse.
Hij werd aangenomen middels het volgende schrijven Uit Tubbergen :

Tubbergen den 16 Julij 1861
De raad der gemeente Tubbergen
Gezien het besluit van heden, waarbij Henricus Christianus van Oers, thans hulponderwijzer te Castricum, benoemd is tot onderwijzer in de school te Vasse, ingaande 1 Julij 1861 op een vaste jaarwedde van Drie honderd Guldenmet het genot van vrije woning met tuin.
Besluit
Onder goedkeuring van Heeren Gedeputeerden Staten dezer provincie het bedrag der jaarwedde als grondslag voor de bijdrage voor het pensioen van deze te stellen op Driehonderd Gulden.
De Raad voornoemd getekend

Na het geven van drie jaren les aan de school ontstaat er ongenoegen bij Henricus aangaande zijn inkomen.
Hij doet het gemeentebestuur het navolgende voorstel :

Vasse den 23 Februari 1864         Aan het Edel Achtbaar Gemeente Bestuur van Tubbergen
Edel Achtbare Heeren !
Toen mij enige jaren geleden de bediening der school te Vasse werd opgedragen, heb ik beloofd deze naar mijn vermogen tot nut der kinderen en tot genoegen van Ouders en Gemeente Bestuur waar te nemen en in die betrekking te Vasse minstens eenige jaren te verblijven.
Menende aan het eerste deel mijner belofte voldaan te hebben, is thans ook het andere deel mijner belofte vervuld, en zulks geeft mij aanleiding U Edel Achtb Heeren het volgende voor te stellen:
Gedurende mijne bijna driejarige Schoolbediening te Vasse heb ik bevonden, dat het gemiddelde getal der schoolgaande kinderen grooter is dan van de andere bijscholen in deze gemeente en zelfs de begrooting, zoo als mij die bij mijne aanstelling werd opgegeven, te boven gaat.
Dat aan het spaarzaam en tevens zindelijk verbruik der schoolbehoeften, waarvoor ik volgens U Edel Achtb verlangen meen goed gezorgt te hebben nog al aanmerkelijke tijdsopaffering verbonden is.
Dat hier thans voor een behoorlijk levensonderhoud, ofschoon minder voortreffelijk dan dat mijner ambtgenooten, bijna twee honderd gulden moet geofferd worden.Dit alles in overweging nemend zullen U Edel Achtb redelijkerwijze met mij moeten instemmen dat de thans mijne jaarwedde, slechts driehonderd gulden, in mijne omstandigheid te bekrompen en allews behalven bemoedigend is,om in mijn betrekking mey lust en ijver te volharden, redenen dat waarvoor ik eerbiedig de vrijheid neem U EdelAchtb Heeren beleefdelijk te verzoeken mijne jaarwedde met honderd gulden te verhoogen, dan is mijn inkomen nog geringer dan van eene andere betrekking tot welke ik binnenkort kan overgaan.
Ik hoop weldra een gunstig en beslissend antwoord van U Edel Achtb te zullen vernemen en ben onder betuiging mijner hoogachting en onderdanigheid.   U Edel Achtb eerbiedigende dienaar H.C.van Oers

De reactie van het gemeentebestuur luidt als volgt :

Tubbergenden 18eMei 1866
De raad der gemeente Tubbergen
Gehoord het verzoek van den onderwijzer H.C.van Oers en J.H.Platjer, verzoekende om verhoging van tractement
Besluit
De jaarwedde van den onderwijzer H.J.van Oers en J.H.Platjer te verhoogen ieder met vijftig gulden   ,s jaars ingaande den 15den mei 1866 en alzoo die van eerst genoemden te brengen op driehonderd vijftig Gulden en van den anderen op driehonder Gulden.
Burgemeester en Wethouders op te dragen van dit besluit op de voorgeschrevene wijze aan Heeren Gedeputeerde Staten mededeeling te doen.
De raad voornoemd

In 1867 schrijft Henricus wederom een brief naar het gemeentebestuur,

Gem Tibbergen Vasse 12 januarij 1867
Edel Achtbare Heeren
Betrekkelijk is het reeds langgeleden, dat er door U Edel Achtb besloten werd in mijn buurt eene nieuwe school te bouwen en toch ben ik nog niet instaat gesteld U Edel Achtb volgens raadsbesluit eene gunstige plaats aan te wijzen voor eene nieuwe school met eene speelplaats : de eene kan niet zonder de andere bestaan want zij behooren onafscheidelijk van elkander, 0ok is nog geen grond aangewezen waarmede volgens bovengenoemd raadsbesluit de tuin kan vergroot worden. Ik weet dat er in de nabijheid der kerk genoegzaam grond te koop is, als het bestuur van Vasse maar genoegzaam opzich doet en in het redelijke geld voor betaald of bij de verdeling der woeste gronden van Vasse daarvoor vergoeding geven wil.
Is een geedeelte van Warmelings grond niet genoegzaam dan kan er zeer geschikt een gedeelte van de potegrond vam Maatboer derbij gevoegd worden.Is dit nog niet genoed, dan is er nog eene geheel versletene woning met een tuin van Lummen te koop gepresenteerd.
Het schijnt mij toe, dat het marktebestuur van Vasse uit hooge zuinigheid of gierigheid het prijzenswaardige voorbeeld van andere markten niet wil volgen, ook dat het niet aan de verfraaijing der buurtschap in de nabijheid der kerk denkt en onverschillig is voor de vorderingen, die er 't onderwijs in de school en in de kerk kunnen gemaakt worden, als de nieuwe school aan het west einde der tegenwoordige geplaatst worden.
Niet alle inwoners van Vasse zijn aan gierigheid en onverschilligheidn onderhevig,eenigen ofschoon zij minder tot den gegoedenden staand behooren aks de markte bestuurder, meenen, dat duizend gulden niet teveel is voor zulk eene gewigtigezaak als de onderhavige en nu zal toch misschien vierhonderd gulden reeds teveel zijn, over ruiling met Vasser heidegronde heb ik nog nooit hooren spreken.
Er wordt hier genoegzaam gepraat en gezucht over een nieuwe school - speelplaats, doch zeer langzaam of niet gehandeld.
Eerzij aan de markte Mander, die wel grond op verschillende plaatsen kan aanwijzen, doch alvorens ik dezen U Edel Achtb bekend maak wil ik weten welken grond Vasse beschikbaar stelt, is deze volgens U Edel Achtbare goed vinding te klein, dan kunnen drie woningen, welke er in Vasse van het bestaande gebouw gevoeglijk kunnen gemaakt worden,aan de gemeente Tubbergen geld genoeg opbrengen, om den onderwijzer schadevergoeding te doen voor het gemis eener geschikte woning met een tuin,of om tot interest te strekken voor het bouwen eener nieuwe onderwijzers woning bij de school in Mander.
Zodra de beschikbare plaatsen mij zijn aangewezen, zal ik ze, volgens genoemd raadsbesluit, dadelijk aan U Edel Achtb bekend maken, dan kan door U Edel Achtb naar goedvinding gehandeld worden.
Met alle hoogachting heb ik de eer te zijn Uw zeer onderdanige dienaar H.C.van Oers

Op dit schrijven werd alsnog niet gereageerd, zodat het ongenoegen van Henricus sterk toe nam.
Om dit ongenoegen te laten blijken schrijft hij wederom een brief naar het gemeente bestuur.

Vasse 23 October 1867       Aan het Edel Achtbaar Gemeente Bestuur van Tubbergen
Edel Achtbare Heeren,
Reeds ben ik ruim zeven jaar in een gedeelte van deze gemeente als onderwijzer werkzaam, in dien tijd heb ik slechts tweemaal getracht in een andere betrekking geplaatst te worden en beide malen was mijn examenvereerenden met gunstig gevolg bekroonde, het laatste was zelfs zoodanig, dat ik nu reeds enige dagen mijne benoeming of aanstelling in een andere betrekking ontvangen heb. De eerste zoowel als de tweede sollicitatie verzekeren den onderwijzer van een veel gunstiger positie,aangaande de school,de onderwijzers woning en den tuin dan hier in Vasse. Om nu mijn belang niet geheel te verwaarloozen, heb ik na het eerste examen hier een betere positie dienaangaande beleefdelijk aan U Edel Achtbverzocht doch, ofschoon reeds anderhalf jaar geleden nog niet verkregen. Om U Edel Achtb in de gegenheid te stellen voor het welzijn van een schoolbuurt, welke bijna duizend zielen teld, te zorgenen tevens mijn belang te behartigen, neem ik de vrijheid U Edel Achtb nogmaals doch voor het laatst, het zelfde te verzoeken hetwelk ik nu reeds anderhalf jaar geleden ook verzocht heb.
Eerst wil ik U Edel Achtb de reden opgeven van de noodzakelijkheid van mijn verzoek.zij de betreffende gebreken van mijne school in Vasse en de zoogenoemde onderwijzers woning alhier. Ik dacht vroeger dat twee gebreken van het schoolgebouw welke ik reeds vroeger opgegeven heb namelijk het akelige licht en de geringe ruimte om en tussen de banken met de verschillende zeer nadelige gevolgen daarvan genoegzaam reden zouden geven om daarin eene verbetering te verkrijgen, doch nu zal ik er nog vijf andere groote gebreken van het schoolgebouw daarbij voegen, die zeer onverdragelijk en den leerlingen nadeelig zijn.
1e. Zoo vaak er een flinke bui regen komt worden de zitplaatsen van de kinderen ongeschikt door het lekken van het water
Bij een aanzienlijke bui regen uit het westen en zuidwestem worden enige plaatsen aan het westraam onbruikbaar om het slechte raam daar
2e. Menigmaal in den winter als het gesneeuwd heeft moet ik voor den schooltijd den sneeuw van den scholder opruimen om lekkage gedurende den schooltijd voor te komen behalve lekkage van sneeuw of regenwater vallen er gestadig waterdroppen van ontdooide dampen , ware de zoldering geplafoneerd dan had men er geen last van.
3e.Wanneer het getal schoolkinderen wat groter is dan thans veral des winters moeten gedurig ter verbanning der bedorven lucht het raam en het zolderluik open gezet worden omdat de zoldering te laag is en dus de school geen genoeg ramen inhoud heeft.
4e. Daarbij komt nog dat de ramen, welke het meest lichtgeven achter de leerlingen staan in plaats van geheel aan hunne zijden. Hiervan is het gevolg,dat gedurende den voornaamste leertijd van vele kinderen gedurende de drie wintermaanden de meeste leerlingen des namiddags niet later kunnen zien te werken dan tot circa drie uren, omdat de ramen het licht verkeerd en niet genoegzaam geven.
5e. Omdat de ingang der school slechts drie ellen van den publiken weg staat, zijn de kinderen niet alleen dikwerf in gevaar onder de paarden of wagens te geraken maar omdat ook de schoolramen zonder matglas te bevatten zeer laag geplaatst zijn, worden zij door al het voorbij gaande het zij door wagens, koeien of paarden of menschen gedurende den schooltijd telkens in hunne aandacht en bezigheden gehinderd , zoo dat het nog bijna onmogelijk is goed onderwijs te geven en het werk behoorlijk voort te zetten.
Ik meen gemerkt te hebben dat een ander geval op een dwaalspoor kan leiden. Niet tegenstaande ik reeds zeven jaar met alle bovengenoemde gebreken van het schoolgebouw te maken heb gehad zonder dat de vorderingen der kinderen werd beinvloed en door overgroote zorg en moeite de school een zindelijk aanzien heb gegeven.
Ik meende eigenlijk te toonen dat ik veel belang stel in het onderwijs en de vorderingen der leerlingen, daarom vervaardigde ik zelf menig versiersel of ik schafte het op eigen kosten aan. Deze handelswijze was volgens latere verklaring des schoolopzieners het beste middel om voor mij en het onderwijsook belangstelling van U Edel Achtb te verdienen, doch nu kan er misschien gedacht worden dat de school er nog knap genoeg uitziet.
Van den kant eens onderwijzrs kan er dunkt mij, niet meer belangstelling getoont worden en toch kan het onderwijs hier verbeteren en mijne positie veel aangenamer worden.
In hetgeen de zoogenoemde onderwijzers woning aangaat is mijn positie hier ook beneden alle andere schoolbuurten dezer gemeent. Door ze te verhuren heeft zij mij nog nooit opgebracht, wat andere onderwijzers voor het gemis eener vrije woning ontvangen, haar zelf te betrekken, hiervoor is zij ongeschikt omdat zij nog niet een vertrekheeft waar de onderwijzer zijne superieurs of ander fatsoenlijke menschen kan ontvangenl.
Ik neem de vrijheid U Edel Achtb hiernevens eene tekening te zenden van den plattengrond van het bestaande gebouw en in eene andere op te gevenhoe de woning van binnen op eene geschikte wijze kan verbeterd worden, door van de tegenwoordige school het kleinste gedeelte bij de woning te trekken.
De verbetering der school kan op verschillende wijze gevonden worden, zoodat volgens oordeel van deskundigen de gehele onkosten voor de school en de woning slechts op twaalf veertienhonderd gulden beraamd worden. Nu is mijn beleefd verzoek dat U Edel Achtb hier naar bovenstaande taxatie eenige verbeteringen willen bewerkstelligen en zoo mogelijk met eenigen spoed kennis willen geven of vr October van het eerst komende jaar kan en zal voldaan worden aan het beleefde doch dringende verzoek van
Uw zeer onderdanige dienaar H.C.van Oers

Verdere correspondentie over het plan voor een nieuwe school ontbreekt, maar wederom wordt de salaris kwestie aangeroerd.

Verbaal van het verhandelde bij het Gemeentebestuur van Tubbergen :
Den 27 december 1872
De raad van de Gemeente Tubbergen overwegende, op de jaarwedde van f.350 verbonden aan de betrekking van den onderwijzer als het hoofd der school te Vasse gebleken is, te laag te zijn en er bij missive de noodzakelijkheid bestaat deze laatste te verhoogen .
Besluit,
1. De jaarwedde verbonden aan de betrekking van den onderwijzer als het hoofd der school te Vasse te bepalen op f. 400 benevens het genot van de woning en tuin ingaande 2 januarij 1873.
2. Dit ter goedkeuring van de Ged.Staten provincie Overijssel onderworpen.

Daar hij blijkbaar nog niet tevreden is met zijn maatschappelijke situatie te Vasse en het gezien zijn leeftijd het wat rustiger te willen gaan aandoen, solliciteerde hij naar de functie van hulp-onderwijzer in de plaats Castricum alwaar hij in het begin als onderwijzer begonnen was.

Castricum 3 januarij 1873
In antwoord op Uwe missive van 2 dezer, no 2, heb ik de eer U te berigten dat Heer H.C.van Oers tot hulp onderwijzer aan de openbare lagere School te Castricum met ingang van twee dezer, benoemd werd, doch dat hij de benoeming niet heeft aangenomen.
Aan zijne vrienden te Castricum, bij wie hij zich dezer dagen ophield, heeft hij te kennen gegeven de benoeming niet te kunnen aannemen, omdat enige ingezetenen van Vasse zijn bestaan zouden verbeterd hebben
Getekend de Burgemeester van Castricum..

Op 75 jarige leeftijd besloot Henricus te stoppen met zijn functie.

Aan den Raad der gemeente Tubbergen, Edel Achtbare Heeren! De ondergeteekende H.C.van Oers hoofd der School te Vasse, verzoekt Uw College beleefd hem met ingang van 1 april 1906 eervol ontslag uit zijne voormelde betrekking te willen verleenen.
Getekend Tubbergen 15 december 1905     H.C.van Oers.

 

Het gemeentebestuur respecteerde zijn besluit

 
Openbare vergaderingvan den Raad de gemeente Tubbergen d.d. 30 december 1905.
Wordt gelezen:Een verzoekschrift van den Heer H.C.van Oers, hoofd der school te Vasse,
d.d. 15 december j.l. om eervol ontslag uit zijne voormelde betrekkingmet ingang van 1 april 1906.
Op voorstel van den Voorzitter wordt met algemeene stemmen besloten hem het gevraagde ontslag op de meest eervolle wijze te verleenen onder dankbetuiging voor de vele en langdurige diensten der gemeente bewezen en wordt mitsdien vast gesteld het volgende besluit :
De Raad der gemeente te Tubbergen:
Op het verzoek van den heer H.C.van Oers, hoofd der school te Vasse:
Heeft goedgevonden:
Aan den Heer H.C.van Oers voornoemd, op de meest eervolle wijze ontslag uit zijne voormelde betrekking te verleenen, in te gaan op 1 april 1906 onder dankbetuiging voor de vele en langdurige diensten door hem aan de gemeente bewezen.
Afschriften dezes te doen toekomen aan de Heeren Districts- en Arrondisements schoolopziener en de plaatselijke schoolcommissie.

 

Meisjes en jongens gescheiden, de meester en de kachel

 

vergroot
vergroot
vergroot

top      

www.geslacht-vanoers.nl