GENEALOGIE VAN HET GESLACHT VAN OERS Sluiten       
Bijlage 03   -   Esch

Het dorp Esch, oudtijds Essche geheten, was een deel van de Heerlijkheid Esch tesamen met de gehuchten Kraaijenbroek, Nergena en Overeind, alsmede de adellijke Heerlijkheid Baarschot.

In 1543 werd het dorp door Maarten van Rossum onder een brandschatting van 200 guldens gesteld. De Heerlijkheid Esch werd op 27 November 1559 door Filips II, koning van Spanje, verpand aan de Heer van Boxtel, doch nadat de pandpenningen in 1658 gelost waren, werd Esch weer een Statendorp. In 1740 is het gehele dorp overstroomd geweest.
Esch moet reeds in de Romeinse tijd bewoond zijn geweest, omdat bij het omploegen van zijn land in 1766 door een boer, 400 Zilveren Romeinse penningen werden gevonden.

Voor de rest is het wel en wee van Esch nauw verwant aan de geschiedenis van Boxtel, naar welke plaats het slechts een half uur lopen was, waardoor de pestepidemie van 1557 alsmede de plunderende Spaanse- en Franse troepen, in een later stadium, niet aan Esch voorbij zijn gegaan.

De GEMEENTE ESCH heeft volgens het kadaster van 1867 een oppervlakte van 444 bunder, waarvan 428 bunder werd benut. ( Schotbaar land ).
Er zijn 73 huizen, bewoond door 85 huisgezinnen met een totale bevolking van 480 zielen.
Het DORP ESCH is een kleine, doch tamelijk welvarende plaats, gelegen aan het riviertje de Run of Nemer, die hier vrij breed en visrijk is, ter plaatse waar deze de Beerze opneemt.

vergroot
vergroot
In de kom van het Dorp Esch, waar de boerderijen verspreid rondom een te grote kerk zijn gelegen gewijd aan de Heilige St.Willebrordus - waren in 1867, 33 huizen met 230 inwoners en 1 school, die in 1836 werd gebouwd en werd bezocht door 50 leerlingen.

De bevolking was overwegend katholiek met slechts 1 Hervormde, welke de dominee wel zal zijn geweest. Men telde er 300 Communicanten die de parochie vormden, en behoorden tot het Apostolisch Vicariaat van 's-Hertogenbosch, dekenaat van Orthen.
Nadat de kerk gedurende de reformatie door de hervormden was gebruikt ( ? ), is zij in 1808 weer aan de katholieken teruggegeven.

In de Gemeente Esch vinden de meeste bewoners hun bestaan in de landbouw.
De voornaamste voortbrengselen van de grond, welke hier zandig en op vele plaatsen zeer slecht is, zijn rogge, boekweit, haver, aardappelen en vlas.
Men had in 1867 in Esch drie jaarmarkten - de eerste op Woensdag na half vasten, de tweede op Woensdag na de eerste zondag in Augustus en de derde op de Dinsdag na 11 November.

www.geslacht-vanoers.nl