|
GENEALOGIE VAN HET GESLACHT VAN OERS | Sluiten |
| Bijlage 09 - Marktplaats Oerle |
Oudtyds Oirele, Oirle, Oerl, doch tegenswoordig gewoonlijk Oers genaamd, ligt twee uuren ten
westen van Eindhoven, en zes uuren ten zuiden van 's Hertogenbosch, in een zandagtig oord, was
oudtyds een aanzienlyk Vlek, jaa, word als de hoofdplaats van het Kwartier van Kemperland
beschouwd, maar door de oorlogsrampen, waarin dit Vlek rykelyk heeft gedeeld, is het
dermaaten verminderd, dat men van zyn voorige schoonheid en luister slechts byna geene
schaduw meer van aantreft: Want in den Spaansen Oorlog verloor het op eenmaal meer dan
honderd huizen door de vlammen, en na het jaar 1583, werd het door het krygsvolk tot drie
maal toe geheel uitgeplunderd. Ook was de reeds te vooren, teweeten in 1543, door Marten van
Rossem, gebrandschat benevens zyne onderhoorige plaatzen, op 2.500 gulden
Dit voorheen zeer aanzienlyke vlek is thans geen schoon nog groot Dorp, men telde er, by de
volkstelling van 1815 slegts een aantal van 617, zielen die allen Katholiyk waren.
Het word onderscheiden in Zandoers en in Kerkoers: door akkerlanden vaneen gescheiden, in
welke akkers, tusschen deze twee gedeeltens, men oudtyds en Kapel ter eeren van den H. Abt
Antony gesticht, aantrefte: maar van welke men maar alleen de gewezen staanplaats kend.
Zandoers , denkelyk dus genaamd wegens het zandige oord waarhet ligt, iseen langwerpig
vierkant plein denkelyk het eerste beworp of omtrek der Vryheid, in 1325 aan hetzelve
vergund. Hier wierd ook de zeven vrye jaarmarkten, benevens ook de weekmarkt gehouden.
Ook lag hier voorheen de Roomsche Kerkschuur, welken staanplaats thans een klein gebedenhuisjen
vervangd,
Kerkoers, heeft zijn naam om dat het naast de Kerk is gelegen, bestaat uit eene straat, met
hier en daar een huis bezet. De Kerk, welke aan den H. Joannes Baptistd is ingewyd ligt op
een hoogte, en is zedert eenige jaren weder in het bezit der Katholyken, zy is een zeer fraai
gebouw, in welke de regels der bouwkunst wel zyn in agtgenomen, zynde voorheen een kruisgebouw
geweest. Den Toren is een zwaar en hoog gevaarte met een fraje en hoge spits. De Kerk welke met
de Toren: in 1754 door het onweer afbrande, werd weder hersteld, doch de spits der toren is
zoo hoog niet opgebouwd als de eerste was.
Oerle werd, in 1325, door Hertog Jan III tot eene vryheid verklaard, en bepaalde de zelve
tegelyk, dan welkens paalen door de Hertogin Jaijnan, den 10 July 1387 worden uitgeleid en
vergroot over het gehele dorp: het verkreeg ten zelve jaaren, dat deszefs rechtsbank jaarlyks
op den eersten October moed veranderd, of nieuwe Schepenen aangesteld worden.
Het verkreeg van Koning Philips II, den 11Maart 1560 een Maandagse weekmarkt, en het had ook
oudtyds zeven jaarmarkten, die allen geheel vervallen zyn. Ook plagt het Tolvry door geheel
Brabant te zyn. Hier zyn ook drie Schuttersvergaderingen, naamenslyk : Vrouwenbroeders, die
in 1540, die van den Handboog, welke in 1598; en, die van den Voetboog, welke in 1322 haare voorregten van den Hertogen verkregen hebben.
Tot de Bank of Schepenstock van Oerle plagten oudtyds agt dorpen te recht te hooren :
naamenlyk Meereveldhoven, Zeelst, Blaerthem, Gestel, Veldhoven, Vessem, Knechsel en Wintelre.
Doch in 1560, werden de zeven laatsgenoemde dorpen, ervan afgescheiden en verkregen hunne
eigen Rechtsbanken ; werden de Oerles en onder deszelfs Dingbank gebleven dorpjen
Meerveldhoven. Te zaamen, door Koning Philip II, als Hertog van Brabant, by brieve van 11
Maart 1560 als eene Heerlijkheid verpand aan Jonker Willem van Borckgrave ; dezelve bleef
aan deze familie, tot dat Jonker Jan Karel de Jeger dezelve erfde, van wegens zyne huisvrouw
Joanna Mechtilda, dochter en universeele erfgenaame van Jonker Willem de Horchgrave, maar by
welke tyde deze verpanding door de Algemeene Staten, in 1658, weder word ingelost.
Mede als gevolg van het feodale systeem en een versnipperd landschap, met vele kleine
keuterboertjes op slechte landbouwgrond, leverde een bevolkingsstructuur op waarbij "
Schraalhans keukenmeester was ".
Een groot gezin tengevolge van de sociale en katholieke omstandigheden, een slechte behuizing
en de hygienische omstandigheden, een klein stukje grond, een koetje en wat geiten, waren in
die tijd de normale levensnormen. De boerin probeerde in dit proces haar steentje bij te
dragen, maar was gedurende een periode van 10 jaar na haar huwelijk bezig de ene armoedzaaier
na de andere op de wereld te zetten. Was zij klaar met het " biggen " van haar laatste
kind, dan stond de pastoor weer naast de echtelijke bedstede om doem en verdommenis te prediken
als zij niet doorgingen met het fokken van nieuwe parochiaantjes. Gelukkig voor het gezin ging
de helft van de borelingskens zeer vroegtijdig dood, zodat er net genoeg aardappelen overbleven
om de rest in leven te houden.
De omstandigheden waren in Oerle niet veel beter dan in de rest van Brabant.
In het midden van de 15e eeuw woonden er in Oerle ca. 80 gezinnen (naar schatting dus ca 350
inwoners ). Mede door toedoen van de kerkelijke invloed en de verzekering dat men met meer
kinderen de oudedagsverzorging van de ouders beter kon beinvloeden, werden er veel kinderen
geboren, waarvan ca 30% echter op zeer jonge leeftijd kwamen te overlijden ( voornamelijk
door hygienische invloeden ), terwijl ook het gebruik van voorbehoedsmiddelen niet bestond,
zodat men " voor het zingen de kerk uit moest ", wat weer indruiste tegen het katholieke
fundamentalistische principe,
Deze ellende werd nog eens vergroot door de regelmatig terugkerende pest en cholera
epidemieen, vele misoogsten en de regelmatige plunderingen en verkrachtigingen door het
krijgsvolk van de landjepik ADEL.
Van de genoemde 80 gezinnen leefden er 12 uitsluitend van de " TAFEL DER ARMEN "

Dit gebied was dus de woonplaats van onze " Oer-Oers " waarbij het interessant is de
geschiedkundige achtergrond van de lokatie in een breder perspectief te plaatsen, ter
ondersteuning van van het genealogische overzicht.
Economisch gezien werd Oerle - als de belangrijkste marktplaats in dit gebied, gelegen op
een kruispunt van wegen, en met zeer veel privileges voor de bevolking zoals 10 Jaarmarkten -
vrije Dinsdagse weekmarkt - Tolvrijdom door geheel Brabant voor de burgers - vrijwaring
tegen het aanhouden van hun karren met koopwaar en goederen en het betalen van tolgelden,
tot verval gedoemd, daar Hendrik I het dorpje Eindhoven tot Stad verhief met dezelfde
stadsrechten als Den Bosch. Voortaan moest alle koopwaar nu eerst op de Markt in Eindhoven
worden aangeboden, alvorens het elders mocht worden verhandeld.
Door deze economische verandering kwam Oerle en de bewoners tot in de verre omstrek in een
neerwaartse spiraal terecht.
De vele kleine boerderijen (keuterboertjes) met de grote kinderrijke gezinnen waarbij de
vader vaak ook zelf een boerenknecht of ambachtsman was, bood dus weinig perspectief voor
de toekomst, zodat de nieuwe generatie Oerle verliet om zich elders een nieuwe toekomst op
te bouwen .