GENEALOGIE VAN HET GESLACHT VAN OERS Sluiten       

DE HERKOMST   -   OERLE

De omstandigheden in OERLE waren in het begin van de 17e eeuw oerslecht.
In 1640 woonden er in Oerle 82 gezinnen (naar schatting dus ca 350 inwoners, omdat er mede door toedoen van de kerkelijke invloed en de verzekering dat met meer kinderen de oudedag verzorging van de ouders beter zou zijn, er veel kinderen werden geboren, maar ca 30% op zeer jonge leeftijd kwam te overlijden, voornamelijk door hygienische invloeden.
Dit werd nog eens vergroot door regelmatig terugkerende pest- en cholera epidemieen, alsmede misoogsten en de regelmatige plunderingen door soldaten van de heersende feodale ADEL, (alles zeer edelmoedig ), indien de soldij niet kon worden betaald.
Van de genoemde 82 gezinnen leefden er 12 uitsluitend van de "TAFEL DER ARMEN"
Economisch gezien werd het voordien welvarende Oerle - als de belangrijkste marktplaats in dit gebied, gelegen op een kruispunt van wegen, en met zeer veel privileges voor de bevolking zoals : 10 Jaarmarkten / vrije Dinsdagse weekmarkt / voor de burgers Tolvrijdom door geheel Brabant / vrijwaring tegen het aanhouden van karren met koopwaar en goederen en het betalen van tolgelden - tot verval gedoemd, daar Hendrik I Eindhoven tot Stad verhief met dezelfde stadsrechten als 's Hertogenbosch.
Hierop volgde een uittocht van de neringdoenden en van de agrarische bevolking om economische redenen - alle koopwaar moest nu eerst op de Markt in Eindhoven worden aangeboden, voordat het elders mocht worden verhandeld.
Voorts waren er vele kleine boerderijen (keuterboertjes) met vele zonen en was vader vaak ook zelf een boerenknecht of ambachtsman, dus weinig toekomst voor de nieuwe generatie - tenzij men de Wijde Wereld introk naar plaatsen waar meer perspectieven waren .
Dus kommer en kwel, behalve voor de meer ondernemingsgezinden in Oerle.
Dit zal dan ook wel de reden zijn dat we de van Oersen in Boxtel en omgeving zien opduiken.

Gedurende de wintermaanden was het stiller op de boerderij, de beesten stonden op stal en het land lag er braak bij. Voor de boer en zijn vrouw een goede kans om het schamele inkomen wat te verruimen.
Velen had een weefgetouw, een spinnewiel en een haspel. Het door de vrouw gesponnen garen werd van de spinnewielklosjes door de boer op een haspel gewonden, waarna het garen kon drogen. Hierna werd het grove garen door de boer en de boerin op het weefgetouw tot textiel geweven. Deze huisnijverheid werd dan op de markt verkocht of geruild voor zaaigoed. Later maakte men ook garen voor textielfabrieken.
Deze foto uit 1920 laat blijken dat dit nog lang in stand werd gehouden.

 

DE NAAM   -   OERLE   -   OERS

Het filosoferen over de achtergrond en de betekenis van een FAMILIENAAM geeft ruimte voor de nodige fantasien. Bij de familie VAN OERS, ( UIT OERS ), is dit gelukkig wat eenvoudiger, omdat uit de naam valt op te maken dat de oorsprong in de plaats OERLE gelegen zou kunnen zijn. In de middeleeuwen waren er in Brabant minstens twee plaatsen met de naam Oerle.
Het ene dorp Oerle, dat volgens fantasierijke mensen zelfs een kasteel rijk was ( waar nooit een spoor van is gevonden ) bevond zich bij Eindhoven, wat toen nog een gehucht was.
Bij Tilburg lag ook een dorp Oerle, in 1875 nog met 660 inwoners. Tegenwoordig is het een stadsdeel van Tilburg, tussen de wijken Korvel en Broekhoven. De naam Oerlesestraat houdt de naam Oerle min of meer in leven.
De twee delen van het dorp Oerle bij Eindhoven, ( nu Veldhoven ), werden KERK-OERLE en ZAND-OERLE genoemd. Soms werd Oerle gespeld als OIRLE, in 1331 zelfs als OURLE. Oerle was waarschijnlijk in de 14e eeuw de hoofdplaats van Kempenland. De verklaringen van de naam Oerle lopen nogal uiteen. Het eenvoudigste is het om OER in samenhang te brengen met woorden als IJzer-oer. Het deeltje LE is waarschijnlijk 'bos'.
Een tweede opvatting is dat OER iets te maken zou hebben met het Oer uit Oer-os.
Een derde etymologie zegt dat OER de betekenis heeft van groot, belangrijk en zelfs Centraal. De uitspraak van het Oerle bij Tilburg luidde plaatselijk vaak OEL.
Het Oerle bij Eindhoven volgde de ' uitspraakregel ' van de zgn. oostbrabantse " SUIZENDE - R " Dwz. dat de R zo Zacht werd uitgesproken, dat OERLE tot OERS werd. We vinden al die uitspraakvormen terug in de familienamen :
Van Oerle, Van Oers, Van Oel, van Kerkoerle. Maar Zandoerle als familienaam is niet gevonden. Een van de bekendste manieren om van PLAATS-namen FAMILIE-namen te maken is het plaatsen van MAN achter de plaats van herkomst, vandaar de naam OERLEMANS.
N.b. Het Belgische plaatsje OERLE ( in het Waals Oreye ) dankt zijn naam aan een zekere Aurelius.
Gegevens ontleend aan "Tussenbeide" - Maandblad Fraters Nederland, Tilburg Nr. 192, October 1991. door Frater F.K.Mars.

 

DE FAMILIENAAM

Het leven in een kleine gemeenschap, waarbij men uitsluitend binnen deze kring zijn familie en kennissen-relatie had, gaf geen enkele aanleiding om een familienaam aan te nemen. Men kreeg bij zijn geboorte een naam, waarbij men meestentijds vernoemd werd naar een apostel of heilige uit de onuitputtelijke voorraad van namen welke het christendom ter beschikking had.
Je werd gedoopt als Jacobus en als je vader de naam Adrianus had gekregen stond je bij de kerk ingeschreven als Jacobus Adriaens ( Jacobus Adrianuszoon ). Indien er in hetzelfde dorp nog een Jacobus Adriaens rondliep, maar b.v. afkomstig was van een welgestelde familie, had men daar geen probleem mee, hij werd dan gewoon JACOB VAN DE RIJKE genoemd.
Dat men in OERLE woonde was ook geen reden om dat te vermelden.
Verdween men echter de Wijde Wereld in, bv. naar Esch of Boxtel, dan werd het belangrijk, omdat men te maken kreeg met een andere Jacobus Adriaens,welke uit Eindhoven kwam of uit den Bosch. Je nam dus de naam van Jacobus Adriaens van Oers aan, ter onderscheiding van de Jacobus Adriaens van Eijndhoven.
Toen men later algemeen familienamen ging aannemen, na Napoleon zelfs verplicht, werden ook het beroep ( Smit, Bakker ), scheldnaam (de Rooye, de Brasser ), aanzien (de Rijcke, de Groot ) of bij wijze van grap ( Poepjes, Naaktgeboren ), de naam van de boerderij (van de Linden, van der Weijde ), of de locatie (van Rijn, Op den Berg ) als zodanig gebruikt.
Deze vrijheid van naamsaanname gaf de mogelijkheid dat Jacobus Adriaens van Oers - Johannes Adriaens Bakker - Maria Adriaens de Brasser - Johanna Adriaens de Groot - Petrus Adriaens Op den Berg, allen van dezelfde vader Adriaen stammen en dus volle broers en zusters zijn .
Er bestaat ook de mogelijkheid dat Antonius Adriaens Oerlemans tot de familie behoort, waardoor de stamboom er wel heel "Brabant-vullend" gaat uit zien, omdat Van Oers en Oerlemans numeriek nogal nadrukkelijk aanwezig zijn.
Het is echter ook mogelijk dat Jacobus JOHANNES van Oers, Jacobus ANTONIUS van Oers en Jacobus ADRIAENS van Oers wel uit Oerle afkomstig zijn - maar van een andere familie - en zij dus geen enkele andere relatie met elkaar hebben, dan dat zij allen uit de pastoorstuin in Oerle wel eens appelen hadden gepikt, of met hetzelfde meisje in de hooiberg hadden liggen vrijen.

top      

www.geslacht-vanoers.nl